top of page
  • Foto van schrijverHanneke van der Heijden

weerstand vs. luisteren: weerstand of een stem die niet gehoord wordt?

Een tijd geleden hoorde ik van een (inmiddels oud-)collega dat hij via via dingen over mij had opgevangen. Er werd gepraat over mij achter mijn rug door twee andere collega’s. Ik ging te snel, ik wilde te veel, ik legde de lat te hoog. En daar vonden zij wat van. Toen ik dat hoorde voelde ik de schrik in mijn lijf. Ik trok het mij vreselijk persoonlijk aan. Voelde me gekwetst en ook boos. Zag dit als een teken van onwelwillend- en onverschilligheid en ging in reactie de betreffende collega’s een tijdje uit de weg. Ik wilde de confrontatie niet aangaan, omdat ik mijn eigen gevoel niet onder ogen kon komen.



Ik liet het een poosje rusten tot ik in gesprek was met één van de desbetreffende collega’s en de ruimte in het gesprek voelde om er op terug te komen. Er ontstond een fijn en open gesprek waarin hij aangaf dat ik soms over kwam alsof ik het allemaal al wel wist. Terwijl hij heus ook wel wat ideeën had om er samen aan te werken. Aha, hij voelde zich niet gehoord. Hij was helemaal niet tegen het tempo, de ambities, en ook niet tegen mij. Ik had hen slechts te weinig betrokken. Teveel willen overtuigen, te weinig echt geluisterd.


“Hij was helemaal niet tegen het tempo, de ambities, en ook niet tegen mij. Ik had hen slechts te weinig betrokken. Teveel willen overtuigen, te weinig echt geluisterd.”

Niet veel later kwam er een idee van zijn hand en die andere collega die ‘tegen’ leken waarbij ik niet eens betrokken was geweest. Een prachtig idee dat uitstekend aansloot bij de duurzame ambities die ik had opgesteld. Een gevoel van trots bekroop me. Soms is er inderdaad wat ruimte nodig voor eigen inbreng en eigenaarschap. En is weerstand helemaal geen echte weerstand, maar een stem die niet gehoord is.


Deze manier van kijken komt ook terug in het gedachtengoed van Deep Democracy, een gespreksmethodiek om de ‘wijsheid van de minderheid’ naar boven te halen. Van kinds af aan leren we ‘meeste stemmen gelden’. En hoewel dat op zich niet verkeerd hoeft te zijn, zijn we toch geneigd om in dit proces de genen over te slaan die iets anders stemden dan de meesten. Met twee belangrijke gevolgen.


Enerzijds voelen deze mensen die wat anders stemden zich niet gehoord, niet erkend in de meerderheidsstem. Vaak haken zij dan ook af in het verdere proces. In verschillende variaties en gradaties gaan er dan vormen van weerstand ontstaan. Dat begint heel subtiel en niet heel zichtbaar, bijvoorbeeld door grapjes en cynische opmerkingen te maken of door fysiek of mentaal uit te checken. Maar dit wordt steeds uitgesprokener. Roddelen, tegenwerken, conflict. In de Deep Democracy wordt dit de sabotagelijn genoemd.


Anderzijds slaan we ook over dat er ook mooie zienswijzen en waardevolle input te halen valt uit de minderheidsgroep. In plaats van na ‘meeste stemmen gelden’ een short cut te nemen en alleen nog maar te focussen op wat de meesten vinden is een ommetje langs de andere geluiden super waardevol om je plan, je idee, je besluit te verrijken met de diversiteit aan inzichten uit de groep.


Nieuwsgierig zijn en doorvragen dus. Wat zie jij als je naar dit vraagstuk kijkt? Kan ik mijn mening daarover uitstellen en gewoon even écht luisteren? In de lezingen van corporate antropologen zoals Jitske Kramer en Danielle Braun wordt deze manier van kijken verbeeld met de vogel die op de kop hangt, Harry genaamd. In plaats van te zeggen: doe eens normaal en ga rechtop zitten kan je Harry vragen, vertel eens; wat zie jij?



Het mooie effect van deze werkwijze is dat niet alleen je plan er mooier, beter en rijker van wordt, maar de gehele groep zich meer gezien en gehoord voelt óók als niet alle input meegenomen kan worden. Het is wel aangestipt, naar boven gekomen, gedeeld. Er is geluisterd, over gesproken, ruimte geweest.


En vaak is nou juist dát waar we zo naar snakken. We hoeven niet altijd gelijk te hebben, maar willen wel graag gezien worden.

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page