top of page
  • Foto van schrijverHanneke van der Heijden

why can’t both be true: over duurzaamheid en de monopolie op de waarheid

In mijn zoektocht naar geluk in de liefde en daarin leren wat ik te leren heb kwam ik ook de podcasts van Esther Perel tegen. Prachtige heldere verhalen over de complexiteit van liefdesrelaties aan de hand van voorbeelden uit haar relatietherapie praktijk. Ik kan me niet meer de precieze casus herinneren, maar iets over partners met scheef lopende verwachtingen, slechte communicatie en een patstelling. De één vindt A, de ander vindt B. En dan ruzie maken over wie er gelijk heeft. Herkenbaar? Haar simpele en briljante reactie: why can’t both be true? Waarom zouden beide opties niet állebei waar kunnen zijn?



Deze zin ben ik nooit vergeten en heeft me niet alleen geholpen op het liefdespad, maar ook in mijn werk. Ik ging namelijk op steeds meer plekken die patstelling herkennen. Hoewel je zou verwachten dat het merendeel van de kritiek op duurzaamheidsplannen komt uit de hoek van niet-duurzame denkers, komt er juist ook veel tegengeluid van ‘binnenuit’. Over wat beter is. Wat écht duurzaam is. En dus ook eigenlijk net zoals het ruziënde stel: wie er gelijk heeft.


De neiging om de monopolie op de waarheid te hebben zit de transitie naar verduurzaming vaker in de weg dan dat het helpend is. Is de opgave niet groot genoeg dat we een vaker een én én strategie kunnen volgen dan een óf óf strategie? Kunnen meerdere variaties niet prima naast elkaar bestaan? Sterker nog, een gezond ecosysteem gedijt juist het beste door een variatie van soorten. Waar komt onze neiging tot en hang naar één oplossing voor alles toch vandaan?


“Hoewel je zou verwachten dat het merendeel van de kritiek op duurzaamheidsplannen komt uit de hoek van niet-duurzame denkers, komt er juist ook veel tegengeluid van ‘binnenuit’. Over wat beter is. Wat écht duurzaam is.”

Tijdens mijn master Internationale Betrekkingen werd er regelmatig gesproken over Game Theory. Een theoretisch raamwerk over strategische besluitvorming van onafhankelijke spelers in een sociale situatie. Afhankelijk van de spelvorm is er ruimte voor coöperatie of juist competitie, is het individueel of collectief en is er vast hoeveelheid dat te verdelen is of juist niet.


Dat laatste aspect heet de Zero Sum Game (nulsomspel). Dit is een situatie waarbij het voordeel van de ene partij direct lijdt tot een nadeel van de andere partij(en). De uitkomst van het spel heeft een constante waarde; de som van winst en verlies is nul. Als een speler wint moeten de andere spelers evenveel verliezen, want er is maar één buit te verdelen. Dit kan je bijvoorbeeld toepassen op economische situaties, bij politieke onderhandelingen of in de rechtbank.


Deze houding van “als jij wint, verlies ik” passen we, misschien zelfs zonder dat we het door hebben, toe in veel situaties. Het komt voort uit een houding van schaarste (er is een beperkte hoeveelheid te verdelen) en vanuit een houding van angst (als ik niet win van jou, dan verlies ik). De meeste mensen denken in tegenstellingen: sterk en zwak, hard en zacht, winnen en verliezen. Deze manier van denken is gebaseerd op macht en positie dat ingezet wordt om de schaarse middelen te veroveren.


Het gaat alleen mis als we deze houding van “als jij wint, verlies ik” gaan toepassen in situaties waarin er helemaal niet één som te verdelen is. Je gaat dan een concurrerende, rivaliserende houding toepassen op iets dat oneindig beschikbaar is. Bijvoorbeeld als simpel voorbeeldje; het geluk van een ander ervaren als bedreigend voor je eigen portie geluk. Vanuit diezelfde manier van denken in tegenstellingen vergelijkingen we onszelf met de ander. Ben je geslaagd of niet geslaagd? Heb je gelijk of niet gelijk?


“Het gaat alleen mis als we deze houding van “als jij wint, verlies ik” gaan toepassen in situaties waarin er helemaal niet één som te verdelen is. Je gaat dan een concurrerende houding toepassen op iets dat oneindig beschikbaar is.”

Zo zijn er mensen die vanuit duurzaamheidsoverwegingen pleiten voor veganistische voedselconsumptie, vanwege de negatieve impact van de bio-industrie op dier en milieu. Andere mensen wijzen weer op de negatieve impact van soja productie als belangrijk vervangend product in een veganistisch eetpatroon. In plaats van in de valkuil te stappen om te discussiëren over ‘wie er meer gelijk heeft’, is het veel effectiever, coöperatiever en bovendien veel leerzamer én leuker om met elkaar te onderzoeken welke argumenten achter deze overtuigingen liggen. Je krijgt dan een wat neutraler lijstje van onderliggende oorzaken die je ook weer kan husselen tot een nieuwe optie, waarbij je de verschillende argumenten en inzichten van standpunten A en B meeneemt en integreert.


Stephen Covey noemt dit in het boek De zeven eigenschappen van effectief leiderschap: “win-win is het geloof in de derde weg. Het is niet jouw benadering, ook niet de mijne; het is een betere, hogere benadering.” Bij een win-win situatie ga je uit van het idee dat er voor iedereen genoeg is. Succes hoeft niet ten koste te gaan van iemand anders. En gelijk hebben dus ook niet. Why can’t both be true?

Recente blogposts

Alles weergeven

Commenti


bottom of page